De wettelijke verplichting om rammen met het genotype ARR/ARR in te zetten is in 2007 afgeschaft. De NFDH raadt het zonder directe veterinaire noodzaak grootschalig fokken op ARR/ARR af. Zie de brochure 'TSE's bij schapen anno 2007 (pdf)'

Vanaf 2004 was de rammenverordening van kracht. Deze verordening schreef voor dat louter rammen met een voor de bestrijding van scrapie als gunstig gezien genotype ARR/ARR ingezet mochten worden. Dit genotype komt van oorsprong sporadisch voor bij beide rassen. Daarom kon de NFDH gebruik maken van een uitstelregeling. Bij Drentse Heideschapen mocht gebruik gemaakt worden van ARR/x rammen. Bij enkele zeldzame kleurslagen was ARQ/ARQ nog toegestaan. Bij de Schoonebeekers mocht gefokt worden met ARQ/ARQ rammen.

Deze, door landelijke regelgeving ingegeven selectie op ARR/ARR heeft een aantal ernstige gevolgen teweeg gebracht. De inteelt is sterk toegenomen, voortvloeiend uit het feit dat de nazaten van ARR/ARR fokschapen veelal afkomstig zijn van slechts enkele vaderdieren die toevallig behept waren met het ARR/ARR genotype. Hierdoor is ook de ruime spreiding in bloedlijnen ernstig terggenomen en kunnen we thans stellen dat het aannemelijk is dat diverse bloedlijnen door de selectie op ARR reeds zijn uitgestorven of tenminste ernstig zijn geminimaliseerd. Van de vroegere grotere diversiteit in bijzondere kleuren, als roodvos, dassenkop, kassenbreuker en wit is in de rammenpopulatie weinig meer te merken. Dit zal ook zeker invloed hebben in de kleurdiversiteit bij de ooien, die immers voor 50% afhankelijk zijn van de bijdrage die de vader levert voor de vererving van de kleurslag. En tot slot constateren wij als fokkersvereniging die het behoud van het oorspronkelijke type Drents Heideschaap en Schoonebeeker voorstaat, dat eenzijdige selectie op ARR hierop volstrekt haaks staat. Immers zou hiermee de grote diversiteit aan genotypes zoals VRQ, AHQ en met name ARQ verdwijnen. Toevallig of misschien wel dankzij deze grote diversiteit aan genotypes is er nog nooit een geval van scrapie gevonden bij een Drents Heideschaap of Schoonebeeker.

De meeste vooronderstellingen waarop het Nederlandse fokprogramma is gebaseerd zijn inmiddels achterhaald:

  • De risico's voor de volksgezondheid zijn zeer klein omdat er tot op heden nog nooit bij een schaap BSE is vastgesteld.
  • Er bestaat nu een snelle test om het onderscheid te maken tussen scrapie en BSE.
  • BSE bij runderen is op zijn retour na maatregelen tegen besmet diervoer.
  • ARR/ARR schapen zijn niet resistent te zijn tegen alle TSE's. Zij blijken atypische vormen van scrapie te kunnen krijgen.

In ruim 20 jaar fokkerijervaring is nog nooit een geval van scrapie vastgesteld bij een Drents Heideschaap of een Schoonebeeker. Het Nederlandse fokprogramma dat gericht is op een homogene ARR/ARR populatie is een vergaande implementatie van de Europese verordening 2003/100/EC, die als minimum eis slechts het wegfokken van het VRQ haplotype bevat. Verder geeft de EU aan dat een fokprogramma zich moet richten op risicopopulaties of risicogebieden. Onze rassen vallen daar dus niet onder. Geen enkel ander land heeft het Nederlandse voorbeeld gevolgd.

Het fokken op een populatie met een uniform ARR/ARR genotype tast de oorspronkelijke genetische diversiteit van onze rassen aan. Dit is in strijd met de statutaire doelstelling van de NFDH om het oorspronkelijke Drentse Heideschaap en de Schoonebeeker in stand te houden.

Er zijn duidelijke waarschuwingen vanuit gezaghebbende bronnen voor de mogelijke gevaren die verbonden zijn aan een fokprogramma dat gericht is op een homogene ARR/ARR populatie. Deze waarschuwingen zijn gebaseerd op de theorie dat de diversiteit van het prion eiwit gen (ARQ, VRQ, AHQ, ARR) de gehele populatie een optimale bescherming biedt tegen het gehele scala van TSE's (klassieke scrapie, BSE en de diverse vormen van atypische scrapie). Bovendien kunnen de ziekteverwekkers zich in de loop der tijd aanpassen aan veranderende omstandigheden (adaptatie). Een homogene ARR/ARR populatie is dan kwetsbaar voor andere vormen van scrapie dan klassieke scrapie. Deze inzichten worden ondersteund door de recente ontdekkingen in de EU van vele gevallen van atypische scrapie dat een ander gevoeligheidspatroon heeft dan klassieke scrapie. Er zijn vele gevallen gevonden van atypische scrapie bij ARR/ARR en ARR/x schapen.

Om deze redenen hebben de leden van de Nederlandse Fokkersvereniging het Drentse Heideschaap zich tijdens de algemene ledenvergadering van 22 april 2006 unaniem uitgesproken tegen het verplichte Nederlandse scrapiefokprogramma. De vereniging deed slechts mee met het fokprogramma omdat zij daar wettelijk toe werd gedwongen. Nu de verplichting van de baan is, wordt het fokken op ARR/ARR afgeraden.

Het bestuur spreekt alle fokkers aan op hun verantwoordelijkheid om het oorspronkelijke type Drents Heideschaap en Schoonebeeker in stand te houden. Gebruik zoveel als mogelijk goedgekeurde fokrammen die een ander genotype hebben dan ARR/ARR.

Additional information