Momumentje voor scheper Noordhuis, de 'keizer van de Pieterberg'

uit: Het dagblad van het Noorden, door Ronald Hooijenga, 17/4/03

herder_noordhuis1

Wanneer hij in een goede bui was, droeg hij de pet recht op het hoofd. Was de stemming wat minder, dan stond de pet dwars. Schaapherder Hendrik Noordhuis (1918-1984) uit Westerbork was in meerdere opzichten een man met een gebruiksaanwijzing. Over zijn leven en werken ging gisteren in Orvelte een documentaire film in première, gemaakt in opdracht van Het Drentse Landschap.

Hendrik Noordhuis werd in 1918 geboren, als zevende van in totaal acht kinderen. Zijn vader was schaapherder, schoorsteenveger, klusjesman. Toen die ziek werd, werd Hendrik uit de klas gehaald om in zijn plaats met de schapen naar de heid te gaan. En vanaf zijn elfde deed hij niets anders. Interviews met dorpsgenoten, kennissen, buren en zijn opvolger Gerrit Jan Huisman geven in de film een aardig beeld van de man die zo verknocht was aan 'zijn' schapen. Oude beelden, beschikbaar gesteld door onder anderen de Historische Vereniging Westerbork, roepen de sfeer op van het Drenthe uit de eerste helft van de vorige eeuw. Een Drenthe dat gekenmerkt werd door armoede, en waar het vak van scheper niet erg hoog in aanzien stond.

Drenthe telde rond 1800 nog zo'n 250 schepers. Schapen waren hard nodig voor de mest, en ach, hei was er overal genoeg. Met de komst van de kunstmest veranderde die noodzaak, en verdween de een na de andere schaapskudde uit het landschap, inclusief herder. Noordhuis hield vol. "Zijn schapen waren alles voor hem", vertelt een dorpsgenoot, "hij mag dan aan de buitenkant een ruwe bolster zijn geweest, maar als er iets mis was met een lam kwamen de tranen snel hoor".

In 1962 nam de toenmalige gemeente Westerbork de schapen van Noordhuis over en kwam de scheper als ambtenaar in vaste dienst. Dat was even wennen, en algauw kwamen er ruzies met de eigenzinnige herder: over het hooi, de verzorging van de schapen, zijn vrije dagen. De om zijn koppige houding gekscherend wel de 'keizer van de Pieterberg' genoemde Noordhuis, naar de plek waar hij in zijn schepershuisje woonde, lag kortom vrijwel constant in de clinch.

Na een hartinfarct gaf hij zijn roeping eraan. Er dongen maar liefst honderd mensen naar zijn baan: variërend van huisvrouwen en leraren tot politiemensen en een advocaat. Ook na de aanstelling van opvolger Huisman bleef Noordhuis zich echter stevig bemoeien met 'zijn' schapen. Een poging om de nogal grillige Schoonebeekers te mengen met het Drentse Heideschaap tot een wat makkelijker ras, werd door de oude scheper gesaboteerd. Hij voorzag de rammen stiekum van een soort zelfgemaakt condoom van zakken, waardoor bevruchting uitbleef. Het bleek wél de redding van het Schoonebeeker ras, dat ook heden ten dage nog steeds puur en onvermengd rondgraast op de hei bij Orvelte en op het Hijkerveld.

Additional information