Fluweel van de Arme Grond

auteur: Hielke van der Meulen / Lekker Thuis

U komt van vakantie terug uit Spanje en het valt u meteen op dat in Nederland de zon minder straalt en ook dat die bijzondere, lekkere voedselproducten die men in elke Spaanse regio aantreft in ons land ver te zoeken zijn. Maar heeft u wel gezocht? Graag help ik de mythe de wereld uit dat we in Nederland nauwelijks ambachtelijke, traditionele en streekgebonden voedselproducten van hoog niveau hebben. Ze bestaan wel degelijk: de rauwmelkse Boeren-Leidse kaas, de turfgerookte Friese droge worst, de Utrechtse Sintjansui, de huisgestookte Limburgse stroop, het Brandrode Maas-Rijn-Ijsselrund en tientallen andere.

Een aantal van deze producten is echter op sterven na dood. Dit komt door onbekendheid bij de consumenten, maar ook door overdreven hygiëne-eisen vanuit de overheid, door oppervlakkige winkeliers en doordat de makers zich soms schamen om hun mooie product aan te prijzen. Of omdat ze denken dat er geen vraag meer naar is. Dat laatste nu geloof ik niet. Het probleem is vooral dat de liefhebbers en makers elkaar niet meer weten te vinden in het grootschalige gewoel van de supermarkt en de voedselindustrie. Soms is de kloof tussen de makers van een prachtig streekproduct en consumenten die zoeken naar kwaliteit schrijnend. Vorig jaar maakte ik kennis met enkele herders en bestuursleden van de fokkersvereniging van het Drentse Heideschaap en werd geraakt door hun verhaal.

In Drenthe zijn nog 7 schaapskuddes. Ze begrazen de heidevelden en enkele grassige natuurterreinen. Van de ruim 3000 schapen dragen ongeveer 2000 nog volop bloed van het zogeheten "oude Drentse type". Dit schaap behoort tot de oerrassen van Europa en kwam waarschijnlijk 4000 jaar geleden vanuit het zuiden naar onze streken. Dat het een rustiek ras is zie je aan de ranke bouw, de hoorns, de ruige vacht en het feit dat ze goed gedijen op schrale terreinen.

De meeste lammeren worden in de lente geboren. De sterkste en raszuiverste exemplaren worden aangehouden om de kuddes in stand te houden. De rest wordt verkocht rond het najaar, voornamelijk aan veehandelaren. De herders ontvangen bodemprijzen voor lammeren die uitsluitend heide, kruiden en gras hebben gegeten en die ook, door de vele beweging, uitzonderlijk lekker vlees geven. De handelaren verkopen het als "geitenvlees" door aan slachterijen. Soms worden de lammeren eerst nog een paar maanden afgemest in een boerenwei. Daar komen ze een paar kilo aan, maar in feite worden ze half ziek van die rijke vegetatie.

Een enkele handelaar heeft nu ontdekt dat het Drentse heidelamsvlees zich wat smaak, structuur en kleur betreft met wild kan meten. Door het in Duitsland tegen Kerst te verkopen als ree verdient hij een goede boterham. Ik ben er van overtuigd dat het mogelijk is om het heidelamsvlees af te zetten aan liefhebbers in de regio. Deels gebeurt dit gelukkig al. Stichting Het Drentse Landschap weet bijna alle 500 lammeren van de twee kuddes die op haar terreinen grazen te verkopen onder de vele donateurs. Voor de overige kuddes is deze vorm van afzet nog toekomstmuziek. Een paar lammeren per jaar kan men kwijt aan een slager of kok die wat over heeft voor bijzondere kwaliteit. De meesten bestellen hun vlees echter liever met één telefoontje bij de groothandel. Een ander probleem vormt het verdwijnen van kleine slachterijen waar veehouders hun dieren nog op een rustige manier kunnen laten slachten en vleespakketten kunnen laten klaarmaken, die de klant vervolgens kan ophalen en thuis in de vrieskist doen.

Een echt streekproduct levert vaak meer op dan alleen een lekker bord eten. Zo houdt het Drentse Heideschaap een oud cultuurlandschap in stand. Of omgekeerd: onze drang tot behoud van een oude cultuurlandschap heeft een oud veeras voor uitsterven behoed, en daar mag u als gastronoom gerust blij om wezen. Volgens Theo Spek moeten we er voor waken om de Drentse heide en haar schapen te romantiseren als een soort eeuwigdurend erfgoed. Zijn vuistdikke proefschrift over "Het Drentse Esdorpenlandschap" (Wageningen Universiteit, 2004) toont aan dat de uitgestrekte heidevelden, die we ook kennen van schilderijen, lange tijd niet hebben bestaan. Grote schaapskudden komen ‘pas' vanaf 1450 in Drenthe voor, net als de gewoonte om de esgronden rond de dorpen te bemesten met heideplaggen. Tot ver in de Middeleeuwen waren vergraste heidevelden heel normaal. De pure heide is een gevolg van de commerciële schapenhouderij, die de grond verschraalde.

Maar moet een traditie eeuwig zijn om er van te mogen houden, vraag ik me af? En als we vandaag willen beginnen met het schrijven van geschiedenis voor het Drentse heidelamsvlees, is dat dan onecht? Ik denk het niet. De Drentse hei blijft prachtig om te zien en het lamsvlees van deze arme grond is een smaakvol fluweel. Omdat de grond zo arm is.

Additional information