Terug naar raskenmerken Schoonebeeker ->

Algemeen

De Schoonebeeker valt op door zijn hoogbenigheid. Het beenwerk moet vrij van wol zijn. De gewrichten zijn droog, met sterke koten. De romp is ruim en lang, de ruglijn moet sterk zijn. De voorhand moet voldoende ruimte bieden, het beenwerk dient vierkant onder de romp geplaatst te zijn. De kop wordt hoog gedragen, de hals is derhalve lang. De bouw en stelling is statig en edel. Beide geslachten zijn ongehorend. De kop is lang, smal en duidelijk gebogen (ramsneus). De oren zijn hoog aan de kop geplaatst en de brede oorschelpen staan horizontaal, iets voorwaarts gericht, soms iets afhangend. De vacht is lang en slicht (ongekroesd) met voldoende kemp. De staart is lang en de staartpunt moet tussen de hak en de koot reiken. De hele staart is bewold. De Schoonebeeker is een sober en attent schaap met een lange levensduur die met een zekere mate van stress kan omgaan en zonder hulp jaarlijks aflammert en haar lam(meren) grootbrengt.

Kleuren

Alle kleuren zijn erkend. Bij getekende dieren is er altijd sprake van een licht/donker afscheiding. Bij de geboorte is vaak een halsvlek aanwezig.

Specifieke fouten

  • Niet statige bouw
  • Aanwezigheid van horens
  • Vlak neusbeen
  • Zwakke bovenbouw
  • Zwak beenwerk
  • Gekroesde wol
  • Wol op de kop en/of poten
  • Te korte staart
  • Erfelijke afwijkingen/gebreken

Raseigenschappen

Karakter

Het karakter van een Schoonebeeker is attent en gericht op het zelfstandig functioneren in kuddeverband. Bij benadering door vreemden neemt een Schoonebeeker haar typische statige houding aan en richt het haar kop hoog op. Een stampvoeten met haar voorpoten is daarbij een gebruikelijk dierlijk instinkt vanuit het oogpunt van zelfverdediging. Zeer schichtige dieren, gehouden onder als normaal te beschouwen omstandigheden, zijn ongewenst.

Zelfredzaamheid

Schoonebeekers zijn schapen met een hoge mate van zelfredzaamheid welke met een minimale (medische) hulp van buitenaf een hoge levensduur kunnen bereiken. Aan voedsel stelt het -mits in voldoende mate beschikbaar- derhalve weinig bijzondere eisen. Indien het voedselaanbod gedurende het gehele jaar louter uit gewassen met een lage voedingswaarde bestaat is enige hoogwaardige bijvoedering of mineralenvoorziening wenselijk. Ten opzichte van andere heideschapen stelt de Schoonebeeker iets hogere eisen aan haar voedselaanbod.

Gebit

Het gebit is sterk, duurzaam en vrij van vormafwijkingen.

Reproductiekenmerken

Rammen dienen bij wasdom een tweetal ingedaalde en gelijkmatig ontwikkelde teelballen te hebben, de penis en de schacht zijn goed ontwikkeld en vrij van oneffenheden. De vrouwelijke geslachtsdelen bestaan uit de kling, het uier en de tepels. De beide uierhelften zijn gelijkmatig ontwikkeld en door een insnoering (ophangband) te onderscheiden. Iedere helft heeft slechts één goed ontwikkelde en gelijkmatig gevormde speen. De omvang van het uier en de tepels is betrekkelijk afhankelijk van leeftijd en zoogperiode maar mogen het voeden van de nafok niet belemmeren.

Vruchtbaarheid

Schoonebeekers zijn laatrijp en groeien vrij lang door. Als gevolg daarvan komt de vruchtbaarheid bij met name ooilammeren relatief laat op gang. Enters blijven dan ook regelmatig gust. Indien drachtig werpen ze doorgaans 1 lam. Volwassen ooien behoren volledig vruchtbaar te zijn en werpen doorgaans 1 tot 2 lammeren.

Moedereigenschappen

Schoonebeeker ooien kennen door hun ruime bouw van het kruis doorgaans geen geboorteproblemen. De vlot geboren lammeren zijn vitaal en komen snel in de benen. Schoonebeeker ooien zijn uitstekende en zorgzame moeders. Mits gehouden onder goede leefomstandigheden is de melkgift van een volwassen ooi voldoende voor het grootbrengen van 1 tot 2 lammeren.

De kop

Sprekend

De overgang tussen neusspiegel, neusbeen, kaken, oogkassen, voorhoofd en ooraanzet zijn duidelijk zichtbaar. De oogkassen liggen iets op de schedel, het neusbeen loopt smal toe naar de neusspiegel.

Kopvorm

De kopvorm is lang en smal met een hoog neusbeen (Romeinse neus).

Neusbeen

De Schoonebeeker heeft een typische Romeinse neus. Het neusbeen in vooraanzicht is smal. In zijaanzicht loopt de overgang van voorhoofd naar neusspiegel vrijwel ononderbroken, met over het geheel een 'bolle' lijn. Bij rammen is de bolling van het neusbeen sterker aanwezig dan bij ooien.

Beharing

Deze is kort, glanzend en aaneengesloten.

Ogen

De ogen zijn helder en groot en liggen iets bol op de schedel.

Oren

De hoog aan de kop geplaatste oren zijn vrij groot. De brede oorschelpen staan horizontaal, iets voorwaarts gericht, soms iets afhangend.

Bek

Bij een in zijaanzicht gesloten bek moet de voorkant van de onder- en bovenkaak één lijn vormen.

Horens

Bij de Schoonebeeker ooien mogen geen horens of horenaanzet aanwezig zijn. Bij de rammen is een horenaanzet, de zogenaamde pitten, acceptabel, zolang deze niet boven de beharing zichtbaar is.

De romp

Algemeen

De romp bestaat uit de onderdelen voor-, midden- en achterhand. De romp is ruim en gestrekt en derhalve lang. De bovenbouw is sterk en vrijwel recht. Bij de ram is de gehele bouw forser, maar gelijkend op die van de ooien. De ram moeten voldoende 'kracht' en 'mannelijkheid' vertonen en zich in bouw duidelijk onderscheiden van ooien. De romp draagt in sterke mate bij aan de statige bouw van de Schoonebeeker

Voorhand

Deze bestaat uit de voorpoten, borst, schouderpartij en hals. De voorhand moet voldoende ruimte bieden. Alle beenderen van de voorpoten, inclusief de schouder dienen in een zekere hoek t.o.v. elkaar geplaatst te zijn. Wordt deze hoek te groot, dan ontstaat er een als onwenselijk geachte steile voorhand die vooral zichtbaar is bij een te korte middenhand.

Borst

De borst moet voldoende ruim zijn en dient derhalve diep en breed te zijn. Men dient bij volgroeide dieren tenminste een handbreedte tussen de voorpoten tegen de borst te kunnen plaatsen.

Hals

De hals moet lang zijn en de kop wordt hoog gedragen, waarbij in opgeheven stand de lijn van de onderkaak hoger is dan de ruglijn. De overgang van hals naar schouder evenals van hals naar voorborst moet vloeiend zijn.

Middenhand

Deze bestaat uit de rug, flanken, ribben en buik. De diepte van de middenhand wordt bepaald door de afstand van de ruglijn tot de buiklijn. De middenhand is relatief ondiep, maar dient voldoende inhoud te bieden voor de opname van veel ruwvoer met een lage voedingswaarde.

Rug

Deze dient nagenoeg recht te zijn en horizontaal verlopend. Een lichte mate van overbouw is toegestaan, d.w.z. dat de bovenlijn van de achterhand iets hoger ligt dan de rest van de ruglijn.

Achterhand

Deze bestaat uit de achterpoten, dijen, heupen, kruis en staart. Deze dient bij de ooien voldoende ruimte te bieden voor de geboorteweg.

Kruisligging

De overgang van de rug naar de staartwortel moet hellend zijn in achterwaartse richting. De optimale hellingshoek tussen het kruisbeen en het zitbeen bedraagt circa 30°.

Kruisvorm

De Schoonebeeker heeft een dakvormig kruis. De aflopende hellingshoek van de ruglijn naar de heupen bedraagt tenminste 20°.

Evenredigheid

Hierbij dient de verhouding tussen voor-, midden- en achterhand correct te zijn. Een goede verhouding betreft bij benadering 1 : 1,5 : 1.

Regelmatigheid

De aansluiting van de voor-, midden- en achterhand moet vloeiend zijn.

Het beenwerk

Algemeen

Schoonebeekers zijn relatief zware heideschapen die om hun voedsel te vergaren lange afstanden dienen af te leggen. De kwaliteit van het beenwerk dient daarom zeer goed te zijn. Aan goed beenwerk wordt dan ook veel gewicht toegekend. Van achteren bezien dienen de poten er zogenaamd vierkant onder te staan, dat wil zeggen in loodlijnen naar beneden en evenwijdig aan elkaar. De koten zijn sterk en de gewrichten droog.

Pootlengte

Deze dienen in verhouding te staan met de rompmaten van het schaap. De lengte van voorpoten vanaf de elleboog is langer dan de diepte van de romp.

Structuur

De poten moeten rank en fijn zijn.

Droogheid

Het beenwerk dient droog te zijn.

Beenstand achterpoten

In rust en van opzij bezien, dient het achterpijpbeen bij benadering verticaal te staan. Is de hoek in het hakgewricht kleiner, dan spreken we van sabelbenigheid. Een geringe mate van sabelbenigheid is toegestaan. Is de hoek groter, dan spreken we van steil beenwerk. Van achteren bezien dienen de achterpoten evenwijdig en in een loodlijn onder het lichaam te staan. Het naar binnen of buiten draaien van de pijpbeenderen wordt als onwenselijk geacht. Indien de hakken in meer of mindere mate naar elkaar toe draaien spreken we van koehakkigheid. Een geringe mate van koehakkigheid is toegestaan en gaat veelal samen met het naar buiten draaien van de pijpbeenderen.

Beenstand voorpoten

De voorpoten dienen van voren bezien evenwijdig en in een loodlijn onder het lichaam geplaatst te zijn. Indien de knieën naar elkaar wijzen spreken we van X-benigheid. In het geval dat de klauwen niet recht naar voren gericht zijn maar naar buiten draaien spreken we van Franse stand. De ruimte tussen de voorpoten dient voldoende te zijn, bij een te geringe ruimte tussen de voorpoten spreken we van een nauwe stand. Alle boven genoemde afwijkingen worden als ongewenst beschouwd.

Koten

De koot en de voorzijde van de klauw dienen in een vlakke schuine lijn in elkaar over te gaan. Is de klauw t.o.v. het kootbeen rechter geplaatst, dan spreken we van een bokkenhoef. Weke koten en een bokkenhoef zijn niet gewenst.

Klauwen

De klauwen zijn sterk en hard van structuur. De hoefjes van één klauw dienen nauw gesloten te zijn. Wijken de beide hoefjes aan de voorzijde sterk uiteen, dan komt een als ongewenst geachte spreidhoef tot uiting.

Beharing

Deze is kort, aaneengesloten en glanzend.

De staart

Vorm

De staart dient recht en vrij van slagen en knikken te zijn. De staart heeft over de gehele lengte, van staartinplant tot staartpunt, een vrij stevige en gelijkmatige structuur. De staartpunt is stomp.

Inplant

De staartinplant bevindt zich ter hoogte van de zitbeenderen en is niet gelegen op het kruis.

Lengte

De staart is lang en de staartpunt moet tussen de hak en de koot reiken. Indien de staartpunt zich in het midden tussen de hak en de koot bevindt spreekt men van een ideale lengte.

Beharing

De hele staart is, van staartinplant tot staartpunt, gelijkmatig bewold.

De vacht

Algemeen

De vacht is lang van lengte en slicht (sluik, ongekroesd) met voldoende kemp. Krul in de vacht ontbreekt. Hoewel gelijkmatig en aaneengesloten kent de Schoonebeeker een vrij licht behaarde vacht met een naar de omvang van het dier gemeten relatief beperkte massa. Het volume van de vacht is evenwel behoorlijk; door de afwezigheid van krul en door de lengte oogt de volgroeide vacht omvangrijk. Onderwol ontbreekt vrijwel volledig. De buik is niet tot nauwelijks bewold.

Dichtheid

De vacht is relatief dunbehaard. Bij volledig volgroeide lengte valt de vacht van boven bezien naar de beide zijden van de rugkam open, de zogenaamde goot. De vacht bedekt de gehele romp en hals aaneengesloten en gelijkmatig, met uitzondering van de buik en de geslachtsdelen.

Structuur

De structuur van de vacht is slicht, zonder krul en met zo min mogelijk slagen. De lengte van de vacht is lang en over de gehele romp gelijkmatig van lengte. Op de nek is een kortere vachtlengte gebruikelijk. Ter hoogte van het borstbeen is een langere vacht toegestaan.

Massa

De massa van de vacht is beperkt door de relatief dunne haarinplant. Het volume kan daarentegen door de lengte en slichte structuur fors in omvang zijn.

Kleur

Alle kleuren zijn toegestaan inclusief bonte (zwart/grijs ten opzichte van wit) aftekening en pigmentvlekken. De eventuele lichte vacht is grauwwit van kleur. Hieraan worden geen bijzondere eisen gesteld.

Ontwikkeling

Algemeen

De Schoonebeeker is een laatrijp dier dat tot op vrij hoge leeftijd nog in ontwikkeling toeneemt. Een volgroeide Schoonebeeker is een, in hoogte en lengte gemeten, vrij fors schaap. De hoogtemaat wordt grotendeels bepaald door hoogbenigheid. Aan de juiste verhoudingen van de maatvoering ten opzichte van het gehele voorkomen van het dier wordt veel gewicht toegekend. Daarbij dient rekening gehouden te worden met het leefmilieu van het dier welke van invloed is op de gehele ontwikkeling.

Hoogtemaat

De hoogtemaat wordt bepaald door de schofthoogte en dient tenminste voor het meerderheidsdeel bepaald te worden door de voorpoothoogte en voor een minderheidsdeel door de romphoogte.

Lengtemaat

De lengtemaat wordt bepaald door de romplengte, deze dient gestrekt en lang te zijn.

Breedtemaat

De breedtemaat dient in verhouding tot de gehele ontwikkeling van het dier te staan.

Diepte of inhoud

De Schoonebeeker heeft een relatief beperkte rompdiepte met als gevolg een sterker tot uiting komende hoogbenigheid. Massa Deze wordt bepaald door het totaal van ontwikkeling en de conditie (bespiering) van het dier en dient in verhouding te staan tot het gehele voorkomen van het dier. De massa van het dier mag een statig voorkomen echter niet in de weg staan.

Het type

Algemeen

Het type is veelal de som van alle uiterlijke kenmerken, een algeheel beeld. Hierbij wordt veel nadruk gelegd op de romplengte, de kopvorm en de statige houding. Alle lichaamsonderdelen dienen in verhouding tot elkaar te staan. Daarbij wordt meer gewicht toegekend aan de juiste verhouding dan aan de absolute waarden zoals centimeters.

Uiterlijke verschijning in relatie tot geslacht

Rammen dienen een voldoende mannelijk en krachtig voorkomen te bezitten en zich daarin duidelijk te onderscheiden van hun vrouwelijke leeftijdsgenoten. Ooien mogen daarentegen niet al te grof en mannelijk aandoen.

Houding of stelling

De Schoonebeeker neemt een statige houding aan, welke benadrukt wordt door de lengte van de romp, hoogbenigheid en de opgerichte stand van de hals.

Gestrektheid

Het hele type is hoogbenig en gestrekt, alle overige lichaamsdelen zijn op dit type afgestemd.

Lichaamsverhoudingen

Alle lichaamsdelen dienen ten opzichte van elkaar de juiste verhouding te vertonen teneinde het algemene beeld van een typische Schoonebeeker optimaal tot uiting te doen komen.

Rasstandaard Schoonebeeker, vastgesteld 28-02-2005. Door de Fokadviescommissie van de N.F.D.H. afdeling Schoonebeekers.

Terug naar raskenmerken Schoonebeeker->

Additional information